Ongeveer 35% van de totale landoppervlakte van Turkije bestaat uit steppe. Vroeger was een groot deel van het land bosachtig, maar door ontbossing en erosie is de steppe het voornaamste vegetatietype in Turkije geworden. In de verschillende nationale parken worden onder meer beren, wolven, jakhalzen, vossen, lynxen en wilde zwijnen beschermd. De talrijke ooievaars in Turkije hebben deze status niet.
Turkije kent meer dan 70 reptielsoorten, voornamelijk hagedissen, maar er zijn ook slangen en schorpioenen, die meestal onder stenen leven. In West-Turkije komen dromedarissen voor. Door de ligging van Turkije is het een belangrijk tussenstation voor trekvogels die hier de oversteek van Europa naar Azië of Afrika maken en weer terug. Turkije heeft het grootste aantal onechte karetschildpadden (Caretta caretta) en groene zeeschildpadden (of soepschildpadden) in het mediterrane gebied. Een groot deel van deze zeeschildpadden gebruikt de stranden van de Turkse Riviera om eieren te leggen. Het zeewater wordt bevolkt door onder andere makrelen, sardines, dolfijnen, palingen en inktvissen.