In Marokko komt de bijzondere boomsoort Argania Spinosa ofwel Arganboom (met de g van het Engelse good) voor. Ongeveer 7% van het gehele bosoppervlak in het land bestaat uit deze boomsoort. De boom is zeer belangrijk voor het in stand houden van het droge landschap. Het beschermt de bodem tegen erosie, biedt schaduw voor de vegetatie en zorgt met zijn wortels voor infiltratie van water in de bodem. In het extreme zuiden vormen de Arganbossen een natuurlijke buffer tegen de oprukkende woestijn. Ook speelt de boom een zeer belangrijke rol in de cultuur en het sociale leven van de lokale bevolking, de Berbers. De boom biedt hen olie, veevoer, houtskool en constructie- en brandhout. Al sinds de 13e eeuw wordt er olie uit de zaden van de boom gewonnen en geëxporteerd naar Europa. De smaak van Arganolie is een mengeling van hazelnoten, sesam en versgebakken brood. Arganolie, een rage in buitenlandse topkeukens, smaakt heerlijk in salades en over vlees en vis. De nootachtige smaak past goed bij warme pasta, couscous of rijst. Maar Arganolie is ook erg lekker over ijs, hangop of crème brulee en over allerlei vers fruit. Traditioneel is de combinatie van Arganolie, honing en amandelen of een zijdezachte Arganmarinade voor geitenkaas. De olie staat ook bekend om haar bijzondere eigenschappen voor de gezondheid en huidverzorging.
Op het gebied van grote zoogdieren heeft Marokko geen grote aantallen te bieden, maar wel bijzondere soorten, bijvoorbeeld de Cuvier- of Atlasgazelle. Deze ranke verschijning komt alleen nog voor in zeer gefragmenteerde gebieden hoog in het Atlasgebergte in Marokko, het westen van Tunesië en Algerije. In 1996 werd het aantal dieren in deze drie landen samen geschat op ongeveer 1.000. De oorzaak van deze bedreigde status is het voortdurende verlies van habitat door grazend vee en oprukkende menselijke nederzettingen, maar ook de jacht op de huid en het vlees speelt een rol. Andere grote zoogdieren zijn wilde zwijnen, apen en vossen die in het Rifgebergte voorkomen.